(Naar: Ada Limón | Fifteen balls of feathers)
7.
De laatste persoon met wie mijn vriendin seks had voor ze doodging
was één of andere onweerstaanbare vreemde in Las Vegas.
We hebben er dagenlang om gelachen
totdat we niet langer konden en haar onzichtbare vogel in tweeën brak.
Mijn hart is nog heel
hoewel er een zwaartekracht huist
die me aan het aas van inzinking bindt.
Mijn onzichtbare vogels zijn nog intact,
ik kan mezelf open maken en ze je tonen,
hoe ze zich diep hebben geworteld
in een aanwezig nest van uitgesteld gezang.
8.
Bij de rivier de Rijn keken we naar vuurwerk en hielden elkaar stevig vast
met onze eigen luchtexplosieven.
Ik was klaar om oud te zijn.
De man van de rivierjacht zei me rustig aan te doen.
Zijn brede schouders navigeerden het heden.
Zijn tong leek te groot voor zijn mond,
zijn tanden waren klein als vissentanden.
Ik was nog te jong voor de kapiteinskamer,
maar ik eiste een vrouwenafgang,
een loopplank voor het goede in mij.
Ik gooide mijn geluksmunt over de rand
die snel, als weghaastend licht,
onder de golven verdween.
Dat was vijftien jaar geleden.
Ik wacht hier nog steeds op het stoppen van de rivier—
sta op de waterige uitbreiding van tijd.
9.
De Azteken geloofden dat de vader
van Huitzilopochtli een bal van veren was.
Dit is waar: een verenbal kwam uit de lucht gevlogen en maakte zijn moeder,
Coatlicue, zwanger.
Hij werd een zonnengod. Een trotse god van oorlog. Mesvechter van obsidiaan.
Zijn broers en zussen: de maan en de sterren.
Er was eens een bal van veren…
Misschien is dat hoe alle liefde komt,
onverwacht en op een stoot van gemetamorfoseerde lucht.
Wat we als menselijke tederheid definiëren zit ieder van ons
op een andere manier dwars.
Legendes spartelen wat na en wij gaan door ons aan te bieden
aan de gewoontes van iedere dag.
Hier is mijn offer: mijn zangvogel in de handpalm van een vreemde.